Inclusie passie spat van het scherm

02-11-2020 672 keer bekeken 0 reacties

Vanuit de speciaal opgebouwde studio bij Werkbedrijf in Lelystad werd maandag 26 oktober de aftrap van de Week van de 1000 Voorbeelden verricht. Vijf inclusieve werkgevers gingen het gesprek aan met Aart van der Gaag en staatssecretaris Bas van ’t Wout (SZW).

De passie voor inclusie, voor de arbeidsmarktpositie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor de Banenafspraak als soms onwillig vehikel, spatte van het scherm. De aanwezige werkgevers waren dit jaar de genomineerden voor de Flevo-Participatiepenning en daarmee ambassadeur voor inclusie op de arbeidsmarkt. De uitzending stond onder leiding van Onno Vermooten (Concern voor Werk) en Martine Schuijer.

De staatssecretaris toonde zich betrokken bij het onderwerp Banenafspraak. Een van zijn eerste werkbezoeken, zo vertelde hij, was aan een bedrijf met veel mensen uit de doelgroep in dienst. Hij was daar onder de indruk geraakt van het belang van werk. Een anekdote maakte dat duidelijk: “Daar hoor je bijvoorbeeld dat mensen zelfs in het weekend bedrijfskleding aantrekken omdat ze zo trots zijn te werken.”

Vanuit het hart
Inclusief werkgeven is economisch en maatschappelijk zinvol, maar de mensen die het doen, doen het vanuit hun hart. “De Flevopenning maakt me geen ambassadeur. Ik ben ambassadeur omdat ik dat altijd ben, omdat mijn ervaringen met inclusie gewoon heel positief zijn”, zo zette Jan Hannink van Vlint de toon.
Een van de thema’s die het gesprek domineerde, was de prestatie van de afgelopen jaren. Aart van der Gaag herinnerde de kijkers er nog maar eens aan wat er is opgebouwd. “Zelfs het grootste voetbalstadion van Nederland heeft niet genoeg plek om alle mensen die de afgelopen jaren een baan vonden een stoeltje te bieden.” Van der Gaag maakte duidelijk dat een inclusieve beweging op de arbeidsmarkt is ontstaan en: “de kern van de inclusieve beweging blijft gewoon doorgaan en bij de overheid hopen we die inclusieve beweging verder te versterken.”

Eenvoud helpt
Zowel de inclusieve werkgevers, Harry Willemsen van Catering de Prinsenhof en Jan Hannink van Vlint voorop, als Aart van der Gaag pleitten herhaald voor eenvoudiger regels. Van der Gaag koppelde zijn vraag om eenvoudiger regels aan een pleidooi om tegenstellingen tussen verschillende doelgroepen te vermijden. Zeker als de economische tegenwind tot meer werkloosheid leidt. “De mate van ondersteuning zou mogen verschillen, maar de aanpak en de beschikbare methoden om mensen naar werk te begeleiden niet!” Willemsen raakte de kern toen hij zei: “Als het simpeler zou zijn, zouden veel meer werkgevers mee gaan doen. Dat weet ik zeker.”


John Bes van Almere City en Liane Wolfert (Bureau LWPC) nuanceerden dit beeld enigszins. Wolfers door erop te wijzen dat er heel veel ook wel goed gaat. “Uiteindelijk moeten we altijd meer naar de baten dan naar de kosten van inclusie kijken. Het levert zoveel op!” Dat staat voor Bes ook als een paal boven water: “In de basis moet je het zien als meerwaarde voor je bedrijf. Iedereen die graag wil, is uiteindelijk ook goed genoeg.”

Erkenning
Auke Kapitein (Verhoeff Foods) verwoordde het gevoel van de Week van de 1000 Voorbeelden trefzeker toen hij vertelde hoe belangrijk erkenning was voor inclusie. “Meer aandacht voor de bedrijven waar het goed gaat, is een enorm belangrijke erkenning voor de medewerkers die het betreft.”
Na afloop keek de staatsecretaris nog even op de bijeenkomst terug. Hij schreef op Twitter: “Het is ontzettend belangrijk dat iedereen kan meedoen naar vermogen. Het vinden van een passende baan begint bij het aanbod ervan. Ik hoop dat ondernemers geïnspireerd raken om die banen te creëren. Dat is winst voor zowel mensen met een arbeidsbeperking als winst voor henzelf.”

Uit: Open de Deuren voor Inclusie (VNONCW) 

Cookie-instellingen